Bezoek aan een gaarkeuken in Athene

Bezoek aan een gaarkeuken in Athene

Ik sta in een hoek van de eetzaal terwijl Milton samen met Elias door de ruimte loopt voor het schieten van beelden. Elias werkt voor Caritas, een grote Griekse katholieke hulporganisatie die al sedert de jaren ’70 hulp biedt aan kwetsbare inwoners van Griekenland. Sedert 2015 zijn daar de vluchtelingen bij gekomen, waardoor deze gaarkeuken in Athene nu meer dan 117.000 maaltijden per jaar verstrekt. Per dag bezoeken zo’n 450 mensen deze gaarkeuken voor hun dagelijkse maaltijd, waaronder veel ouders met kinderen. Milton en Elias vragen aan mensen of ze het goed vinden als ze worden gefilmd. Velen doen mee, maar vrouwen weigeren meestal.

Bezoekers

Twee lange tafels vullen de ruimte voor mij. Aan elk van hen zitten mannen, vrouwen en kinderen uit diverse landen hun maaltijd te nuttigen. Ik zie een lange slanke en elegante man met kort geknipt zwart haar. Hij zit daar aan tafel met zijn twee zoontjes van ongeveer twee en vier jaar. Hij raakt het eten niet met zijn handen aan, maar gebruikt zijn mes en vork om het vlees van de kippenpoot te halen. Hoe hij zit en beweegt, geeft mij de indruk dat hij gestudeerd heeft en van goede komaf is. Hij is stil en kijkt niet om zich heen. Zijn kinderen maken grapjes en spelen met het speeltje dat ze bij het eten hebben gekregen. Hij heeft geen vrouw bij zich en ik vraag mij af waarom.

Als Milton aan een Farsi-sprekende heer vraagt of hij het erg vindt om gefilmd te worden, krijgt hij een olijk antwoord terug. De man vindt het niet erg, maar kan niet schrijven. Hij kan dus niet zijn naam op het papier zetten. Gelukkig is er nog zijn 7-jarige zoon. Die krijgt de taak om zijn vaders naam op papier te zetten. Vervolgens zet de vader een hele kunstige handtekening zonder letters maar met veel strepen. Hij lacht in eerste instantie van ongemak als Milton hem filmt, maar neemt een serieus gezicht aan als Milton hem later met zijn kindje filmt. Hoe zou hij zijn situatie hier in Athene ervaren? Is het beter dan waar hij vandaan komt? Misschien wel, maar ik zou toch niet graag afhankelijk willen zijn van een gaarkeuken voor een warme maaltijd.

De bezoekers komen één voor één naar binnen. Beneden zijn ze geregistreerd en hierboven krijgen ze tegen inlevering van hun bonnetje een dienblad met daarop een flesje drinken, een kom met daarin rijst en kip in tomatensaus. Er ligt ook wat brood op het dienblad en voor de kinderen ligt er een soort chocoladen kinderei klaar. Achter de vrijwilliger die de dienbladen afgeeft, staat een heel team dat ervoor zorgt dat er genoeg eten is en er altijd dienbladen klaar zijn om uit te delen.

Franse vrijwilligers

Twee jonge vrijwilligers lopen door de zaal om iedereen te voorzien van water. Ze houden ook de tafels schoon. Het zijn twee jongens uit Parijs, misschien net 18 jaar oud, die een 2-maanden vrijwilligersstage lopen. Eén van hen doet zijn werk in stilte en het lijkt bijna alsof hij nog steeds niet helemaal kan verwerken van waar hij is belandt. De ander is spraakzamer en houdt regelmatig een kort praatje met één van de bezoekers. Soms zijn het jongens uit Afrika met wie hij Frans kan spreken, dan spreekt hij Engels met een man uit Iran en even later vermaakt hij een kindje met een klein spelletje.

Zijn nieuwsgierigheid naar wie nu die vluchtelingen zijn, dreef hem naar Caritas. Hij weet nu dat de verhalen in de media vaak niet kloppen. In de afgelopen twee weken heeft hij veel mensen ontmoet, veelal afkomstig uit Afghanistan, Iran, Pakistan en Syrië. Slechts enkele van de bezoekers komen uit Afrika, welke hem veelal in keurig Frans groeten.

Met verbazing in zijn stem, vertelt hij over de openhartigheid van de bezoekers ten aanzien van wie ze zijn en wat ze hebben meegemaakt. “Het is ongelooflijk hoeveel van deze mensen hun partner of andere familieleden en vrienden hebben verloren. Er is zoveel discriminatie en oneerlijkheid in deze landen. En zijzelf zijn zo vriendelijk!” Het is duidelijk dat voor hem de vluchtelingen geen cijfers meer zijn, maar échte mensen met angsten, wensen en een drang naar een beter leven.

Orde en beleefdheid

Ik zie mensen plaatsnemen aan de tafel, blij en opgelucht dat ze weer een warme maaltijd kunnen eten. Het is niet veel wat ze krijgen, maar ik denk dat het voor velen de enige warme maaltijd van die dag is. Ik verwachtte dat men lang zou blijven zitten om uit te rusten en even te genieten van de warmte, maar dat is niet het geval. Zo gauw als het eten op is, staan ze op. Ze lopen vervolgens naar de vrijwilligers die ter plekke de vieze spullen aannemen en afwassen.

Misschien is het beleid van de Caritas gaarkeuken dat mensen niet te lang blijven hangen, misschien wil men hier ook niet te lang blijven. Misschien niet vanwege schaamte, maar omdat nog zoveel meer mensen buiten in de kou staan te wachten.  Elias vertelt dat het vandaag relatief rustig is, vanwege het koude weer. Op andere dagen, en vooral op dagen dat er ook kleding wordt uitgedeeld, is het gekkenwerk. Beneden staan dan ook continue twee beveiligingsmedewerkers om de orde te bewaken. Iedereen moet netjes in de juiste rij aansluiten.

Er zijn twee rijen voor de maaltijdverstrekking. Aan de ene kant van de deur staan de vrouwen met kinderen, soms vergezeld met hun mannen. Aan de andere kant staan de mannen. De rij met mannen is langer, maar de hoeveelheid kinderen die ik buiten zie staan wachten is groot. Op elk moment zijn er in de eetzaal zeker 15 kleine kinderen tussen de 0 en 6 jaar. Veel van de kinderen lijken zich niet bewust te zijn van de kwijnende situatie waarin ze zitten. Ze spelen met elkaar, spelen met het eten en maken grapjes. Aan de ene kant ben ik er blij om, aan de andere kant krimpt mijn hart ineen. Ik gun hen en hun ouders zoveel meer.

caritas athene

Kwetsbare vluchtelingen

Om de één of andere reden vallen mij vooral de vaders op, die zonder vrouw, met hun kinderen aan tafel zitten. Allen nemen de zorgtaken voor hun kind serieus. Hebben zij hun vrouw verloren? Mogen hun vrouwen niet buitenshuis of zijn hun vrouwen elders Griekse taalles aan het volgen of papieren in orde aan het maken? Vele vragen, geen antwoorden.

Ik maak me ook zorgen over de vele jonge jongens die ik naar binnen en buiten zie gaan. Allen zijn slank en gekleed in voornamelijk skinny-jeans met sweaters en sneakers. Ze doen stoer alsof ze al lang en vaak naar de gaarkeuken komen en het hen niets doet. Uit artikelen weet ik echter dat deze alleenstaande vluchtelingen het zwaar hebben. Er wordt aan hen getrokken om te gaan werken in de prostitutie en drugsgebruik is een andere even zo grote verleiding. Zij hebben nog geen kinderen om voor te zorgen en hun jonge brein is nog gevoelig voor allerlei invloeden van vrienden en onbekenden.

Boosheid en actie

Langzaam vullen mijn ogen met tranen, maar ik word ook boos. Boos op politici die meer denken aan hun eigen welvaart en behoud van eigen cultuur, dan aan de noden van andere mensen. Mensen die in hun eigen land niet meer veilig zijn of geen normaal bestaan kunnen opbouwen. Ook economische vluchtelingen zijn vluchtelingen. Voordat jij een onbekende reis gaat ondernemen met de kans om nooit aan te komen, moet je wel lang hebben nagedacht of heel erg klem hebben gezeten in je eigen thuisland.

Ik ben trots op deze twee Franse jongens, die hun nek hebben uitgestoken en naar Athene zijn gekomen om zelf te zien wie de vluchtelingen zijn. Ik ben trots op de activisten die niet alleen roepen dat wat Europa doet inhumaan is, maar er ook naar handelen door een verlaten hotel te kraken en de kamers te geven aan vluchtelingen. Ik ben blij met de gaarkeuken van Caritas, die hulp biedt zonder mensen te dwingen Katholiek of Christen te worden. Ik ben blij met iedereen die op zijn eigen manier een bijdrage levert aan het onder de aandacht brengen van de vluchtelingenproblematiek. Of het nu kunstenaars zijn als Ai Weiwei of journalisten van kranten als de Washington Post, het maakt mij niet uit. Elk beetje helpt.

En ik? Ik schrijf dit verhaal voor familie, vrienden en bekenden in de hoop dat zij ook een medemens zullen zien en niet ‘een opportune vluchteling’. Dat zij ervoor kiezen om de vluchtelingen die in hun straat komen wonen, welkom te heten. Hen te vertellen dat als ze iets nodig hebben, ze altijd mogen aanbellen. Dat ze een praatje pot met hun nieuwe buren maken, de kinderen wijzen op het gevaar van naderende auto’s in de straat en met kerst ook bij hen een kaartje in de brievenbus doen. Vluchtelingen zijn niet anders, ze zijn mensen, net als jij en ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *